ECLI:NL:RVS:2012:BX3193
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt alsnog verblijfsvergunning vanwege onvoldoende beoordeling verwestersing en handhaving onder Al Shabaab
De vreemdeling, afkomstig uit een door Al Shabaab gecontroleerd gebied in Zuid-Somalië, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de vreemdeling zich bij terugkeer onder Al Shabaab zou kunnen handhaven, mede omdat zij ten minste drie maanden ervaring had met het leven onder Al Shabaab.
De vreemdeling betoogde dat zij in Nederland was verwesterd en daardoor niet meer in staat zou zijn zich onder Al Shabaab te handhaven. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had in een arrest van juni 2011 overwogen dat verwestersing een groter risico op negatieve aandacht van Al Shabaab kan inhouden. De minister had dit aspect echter niet voldoende betrokken bij zijn beoordeling.
De Raad van State oordeelde dat de minister ten onrechte het tijdsverloop en de verwestersing buiten beschouwing had gelaten en dat dit aspect wel degelijk bij de beoordeling betrokken moet worden. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.