ECLI:NL:RVS:2012:BX6242
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en schending Awb-procedures
De vreemdeling diende op 17 november 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 25 november 2011 door de minister werd afgewezen zonder inreisverbod. Op 7 februari 2012 volgde een nieuwe aanvraag, die op 15 februari 2012 werd afgewezen, waarbij tevens voor het eerst een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 15 februari 2012, voor zover het de afwijzing betreft, gelijk is aan het eerdere besluit en daarom niet opnieuw volledig getoetst kan worden, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Het inreisverbod was nieuw en werd daarom wel getoetst.
De vreemdeling stelde dat de minister het inreisverbod ondeugdelijk had gemotiveerd en niet had voldaan aan de verplichting om de vreemdeling de mogelijkheid te bieden individuele omstandigheden aan te voeren die tot verkorting van het inreisverbod konden leiden. De Raad van State stelde vast dat de minister de vreemdeling niet op de hoogte had gesteld van deze mogelijkheid, waardoor het besluit in strijd was met de Awb.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het inreisverbod vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod van 15 februari 2012 is vernietigd wegens strijd met de Awb en de minister is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.