ECLI:NL:RVS:2013:BZ9734
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens ondeugdelijke motivering door staatssecretaris
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister werd afgewezen. Tevens werd tegen hem een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het beoordelingskader dat de voorzieningenrechter toepaste onjuist was, omdat het inreisverbod voor het eerst werd uitgevaardigd en daarom volledig getoetst moest worden. De motivering van de duur van het inreisverbod was ondeugdelijk, hetgeen de vernietiging van het besluit rechtvaardigt.
De overige aangevoerde grieven konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het het inreisverbod betreft, bevestigde de overige beslissingen en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod van twee jaar is vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het beroep hiertegen is gegrond verklaard.