ECLI:NL:RVS:2012:BX6823
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en materiële ondersteuning van vreemdeling als familielid van gemeenschapsonderdaan
De minister voor Immigratie en Asiel heeft het verzoek van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de vreemdeling, die in Nederland studeert en materieel wordt ondersteund door zijn moeder en stiefvader, als familielid van een gemeenschapsonderdaan kan worden aangemerkt en rechtmatig verblijf kan verkrijgen. De minister stelde dat de vreemdeling in de Dominicaanse Republiek zelfstandig in zijn onderhoud kan voorzien, waardoor materiële ondersteuning niet nodig zou zijn.
De Raad van State overweegt dat volgens het arrest van het Hof van Justitie niet van belang is of de vreemdeling door arbeid in zijn onderhoud kan voorzien, maar dat moet worden beoordeeld of hij materiële ondersteuning nodig heeft in zijn land van herkomst. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de vreemdeling in de fictieve situatie in de Dominicaanse Republiek geen materiële ondersteuning zou behoeven. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.