Uitspraak
201006983/1/M2, volgt dat de Wet geurhinder en veehouderij in zoverre niet in strijd is met de IPPC-richtlijn.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas verleende een vergunning voor het veranderen van een varkenshouderij. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer met het argument dat artikel 3 van Pro de Wet geurhinder en veehouderij in strijd zou zijn met artikelen 8 en 14 van het EVRM vanwege onevenredige inmenging en discriminatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de wetgever een beoordelingsmarge heeft bij het afwegen van milieubelangen en belangen van omwonenden, en dat artikel 3 niet Pro in strijd is met het EVRM. Verder werd vastgesteld dat het college terecht geen voorschriften over luchtwassers stelde en dat de geluid- en luchtkwaliteitsnormen werden nageleefd.
Wel stelde de Afdeling vast dat het college bij de geurberekening onduidelijkheid liet bestaan over de gebruikte uittreesnelheid van ventilatoren, waardoor niet kon worden vastgesteld of aan de geurnormen werd voldaan. Daarom werd het college opgedragen binnen zes weken het besluit te herzien en waar nodig nieuwe berekeningen te maken. De procedure wordt voortgezet met een einduitspraak over proceskosten.
Uitkomst: College moet binnen zes weken het besluit herzien vanwege onduidelijkheid over de gebruikte uittreesnelheid bij geurberekening.