ECLI:NL:RVS:2016:2826
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer door CBR
Op 15 februari 2015 werd appellant aangehouden wegens een ademalcoholgehalte van 270 µg/l, wat hoger is dan toegestaan voor beginnende bestuurders. Het CBR legde daarop een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer (LEMA) op. Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel en voerde aan dat de maatregel niet in verhouding stond tot de nadelige gevolgen en dat het CBR beleidsvrijheid had om belangen af te wegen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het CBR op grond van de geldende regelgeving verplicht was de LEMA op te leggen zonder beoordelingsruimte. Appellant stelde in hoger beroep dat de LEMA als een 'criminal charge' moet worden beschouwd en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de LEMA geen strafrechtelijke maatregel is in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat de regelgeving geen ruimte laat voor belangenafweging door het CBR. De jurisprudentie bevestigt dat de LEMA een lichte maatregel is en niet vergelijkbaar met het alcoholslotprogramma. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het CBR terecht een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer heeft opgelegd aan appellant.