Uitspraak
200704652/1) mag van het horen slechts met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht worden afgezien, indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Die situatie doet zich hier voor. Niet in geschil is dat [appellant] niet tijdig is verschenen voor het voorgesprek van de EMA. Gelet op artikel 132, tweede lid, van de Wvw 1994, is het CBR gehouden tot ongeldigverklaring van het rijbewijs over te gaan, indien de vereiste medewerking als bedoeld in het eerste lid van dat artikel ontbreekt. Dit is alleen anders, indien [appellant] aannemelijk maakt dat hij een geldige reden voor verhindering had.
201001689/1/H3is het in het geval dat een cursist niet heeft meegewerkt aan de EMA niet onredelijk dat deze de kosten voor de EMA niet gerestitueerd krijgt, omdat voor hem een cursusplaats is gereserveerd en deze niet door een andere cursist is opgevuld. Er bestaat geen grond voor het standpunt dat [appellant] aldus wordt gestraft. Dat hij de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs en het niet restitueren van zijn cursusgeld als straf ervaart, leidt niet tot een ander oordeel.