ECLI:NL:RVS:2013:1699
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuw gebleken feiten zijn voor hernieuwde toetsing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 23 december 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat bij opvolgende besluiten van gelijke strekking alleen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen. De door de vreemdeling overgelegde medische rapporten werden onterecht als nieuw beschouwd, omdat deze tijdens de eerdere procedure hadden kunnen worden ingediend. Daarnaast werden andere stukken zoals arrestatiebevel, politiebericht, foto's en brieven niet als nieuw of objectief erkend vanwege twijfel over authenticiteit of het ontbreken van relevante wijzigingen.
De Afdeling concludeerde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen. Ook was geen relevante wetswijziging of bijzondere omstandigheden aanwezig die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak op 21 oktober 2013.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.