ECLI:NL:RVS:2013:1708
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuwe feiten of omstandigheden leiden tot toetsing van afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 18 juni 2012 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat toetsing van een nieuw besluit van gelijke strekking aan een eerder afwijzend besluit slechts mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die niet eerder konden worden aangevoerd. De vreemdeling had aangevoerd dat de situatie voor Hazara's in Afghanistan was verslechterd en overlegd diverse rapporten. De Afdeling oordeelde echter dat deze stukken geen wezenlijke verslechtering aantonen ten opzichte van het eerdere besluit.
Daarnaast stelde de vreemdeling dat hij zijn asielrelaas nu beter kon onderbouwen vanwege eerdere gezondheidsproblemen. De Afdeling vond dat deze omstandigheden eerder hadden kunnen worden ingebracht en dat de overgelegde stukken niet nieuw of objectief waren. Er was geen sprake van relevante wijziging van het recht of omstandigheden die toetsing rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden toetsing van het afwijzingsbesluit rechtvaardigen.