ECLI:NL:RVS:2013:1916
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor functie vrijwilliger wegens eerdere zedendelicten
De staatssecretaris weigerde op 16 mei 2011 de afgifte van een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan appellante vanwege eerdere veroordelingen voor zedendelicten en mishandeling. Appellante had bezwaar gemaakt tegen deze weigering, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, maar de Raad van State oordeelde dat appellante wel belang had vanwege het afgewezen verzoek om proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en behandelde het beroep inhoudelijk. De weigering van de VOG was gebaseerd op het objectieve criterium dat de eerdere zedendelicten, gezien de functie met gezagsrelatie, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de taak. Het subjectieve criterium, dat de belangen van appellante zwaarder zouden kunnen wegen, werd niet aangenomen omdat de weigering niet evident disproportioneel was.
Appellante voerde aan dat eerdere goedkeuringen en een eerdere VOG haar vertrouwen gaven, en dat de straf licht was, maar de Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden niet relevant waren voor de beoordeling. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid tot zijn standpunt kon komen en verklaarde het beroep ongegrond. Het betaalde griffierecht werd aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.