Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1977, van Marokkaanse nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op 9 december 1994, vóór de aanvang van zijn rechtmatig verblijf, heeft eiser 3 misdrijven gepleegd. Vervolgens is eiser sinds 1996 veroordeeld wegens diverse misdrijven. Het gaat onder meer om veroordelingen wegens diefstal met geweld, (poging tot) diefstal in vereniging door middel van braak, (poging tot) diefstal door middel van braak, (poging tot) diefstal in vereniging, (poging tot) diefstal, medeplegen van poging tot oplichting, belediging van een ambtenaar in functie, wederspannigheid en eenvoudige belediging. Eiser heeft vanaf 1995 53 misdrijven gepleegd waarvoor hij is veroordeeld en hij heeft daarvoor in totaal ongeveer 59 maanden detentie opgelegd gekregen.
Omdat eiser op 3 oktober 2012 een misdrijf heeft gepleegd waardoor toepassing van het vanaf 1 juli 2012 verscherpte artikel 3.86 van het Vb mogelijk is, heeft verweerder de verblijfsvergunning met ingang van die datum ingetrokken. In aanmerking genomen dat eiser sinds december 1994, dus gedurende bijna 24 jaar, zeer veel misdrijven heeft gepleegd, waaronder ook geweldsmisdrijven, is verweerder van oordeel dat eiser een daadwerkelijk en actueel gevaar vormt voor de openbare orde. De intrekking van de verblijfsvergunning is volgens verweerder niet in strijd met artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het belang van de Nederlandse overheid weegt zwaarder dan de belangen van eiser. Omdat eiser een gevaar voor de openbare orde is, heeft verweerder een inreisverbod uitgevaardigd op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vw en paragraaf A4/2.1 en A4/3.1, onder b (de rechtbank begrijpt: A4/2.4) van de Vreemdelingencirculaire 2000. Verweerder heeft de duur van het inreisverbod bepaald op tien jaren, op grond van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, van de Vw, in samenhang met artikel 6.5a, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van het Vb.
more than normal emotional tiestussen eiser, zijn zus en haar gezin.
more thans normal emotional ties. Verder meent verweerder dat uit de gedragingen van eiser die staan vermeld in het uittreksel van de Justitiële Documentatiedienst genoegzaam volgt dat hij een ernstige inbreuk maakt op de openbare orde. Eiser is immers bij herhaling voor misdrijven veroordeeld. De in Nederland opgebouwde banden hebben vanwege het veelvuldig plegen van misdrijven een, voornamelijk, negatief karakter. Hoewel aangenomen wordt dat eiser banden heeft met Nederland, wegen deze niet op tegen het belang van de Nederlandse staat bij verblijfsbeëindiging.
more than normal emotional tiestussen eiser, zijn zus en haar gezin. De ouders van eiser zijn allebei overleden toen eiser nog zeer jong was, zelfs voordat hij naar Nederland kwam. Na het overlijden van zijn ouders is hij bij zijn grootouders gaan wonen, die niet bij machte waren hem op te voeden. Eiser is in die tijd ook gepest en seksueel misbruikt, waardoor eiser getraumatiseerd is geraakt. Na het overlijden van zijn grootouders is eiser in 1991 naar zijn zus in Nederland gegaan, die zich – als gezegd – als een moeder over eiser heeft ontfermd. Eiser woont al sinds zijn veertiende levensjaar in Nederland en is opgegroeid en opgevoed in het gezin van zijn zus [A] . Dat eiser een korte periode – van 2010 tot 2014 – zelfstandig heeft gewoond, betekent niet dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn zus [A] . Vaststaat dat eiser na die periode weer bij zijn zus is gaan wonen. Verder wordt niet betwist dat eiser een drugsverslaving heeft. De psychische problemen van eiser worden door verweerder eveneens niet betwist. De zus van eiser was de sinds zijn komst naar Nederland als een pleegmoeder voor eiser, en degene door wie hij is opgevoed.
more than normal emotional tiesmet eisers zus en haar gezin, de zeer sterke banden van eiser met Nederland en het ontbreken van, dan wel de beperkte banden van eiser met Marokko niet opwegen tegen de in het nadeel van eiser wegende strafbare feiten.
more than normal emotional tiesmet eisers zus en haar gezin, de zeer sterke banden van eiser met Nederland en het ontbreken van, dan wel de zeer beperkte banden van eiser met Marokko niet opwegen tegen de in het nadeel van eiser wegende strafbare feiten. Het beroep voor zover gericht tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning is derhalve gegrond wegens strijd met artikel 8 van Pro het EVRM en artikel 7:12 van Pro de Awb en rechtbank vernietigt het bestreden besluit ook overigens. Om proceseconomische redenen acht de rechtbank het niet opportuun om met toepassing van de bestuurlijke lus deze nieuwe besluitvorming te laten plaatsvinden bij de behandeling van het onderhavige beroep. Verweerder zal daarom een nieuw besluit op het bezwaarschrift moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit voor zover daarbij aan eiser een inreisverbod is opgelegd;
- draagt verweerder op binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.