ECLI:NL:RVS:2013:2349
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuwe feiten of relevante rechtswijziging bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond verklaarde. De rechtbank had het besluit van 20 januari 2012 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 20 januari 2012 van gelijke strekking is als eerdere afwijzingen van de vreemdeling en dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Ook is geen relevante wijziging van het recht vastgesteld, ondanks het arrest Sufi en Elmi van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte niet op voorhand heeft uitgesloten dat het arrest en de beleidswijziging het eerdere besluit konden afdoen. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.