ECLI:NL:RVS:2013:2539
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrond beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks inreisverbod
De vreemdeling had meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die telkens werden afgewezen. Bij besluit van 22 juni 2012 wees de minister opnieuw een aanvraag af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk vanwege een uitgevaardigd inreisverbod.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van de vreemdeling bij toetsing van de asielaanvraag niet wordt weggenomen door een licht inreisverbod, in tegenstelling tot wat de voorzieningenrechter had geoordeeld.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter. Vervolgens werd het beroep inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard, omdat de vreemdeling geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De verklaring over het overlijden van de echtgenote bood geen nieuwe feiten omdat niet kon worden vastgesteld wie verantwoordelijk was voor het overlijden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het onderscheid tussen licht en zwaar inreisverbod en benadrukt de beperkte ruimte voor toetsing bij gelijke besluiten zonder nieuwe feiten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.