ECLI:NL:RVS:2013:BZ4443
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.G.M. Simons
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Toegang tot bestuursrechter bij niet-betaling griffierecht door vreemdeling in detentie
De vreemdeling, die sinds november 2007 in detentie verblijft, kon het verschuldigde griffierecht van €227 niet betalen vanwege gebrek aan inkomen, anders dan een beperkte arbeidsbeloning in detentie. De wetgever beoogt met griffierechten een zorgvuldige afweging door rechtzoekenden, maar niet dat toegang tot de bestuursrechter wordt belemmerd voor groepen zonder financiële middelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat in gevallen waarin betaling van griffierecht onmogelijk of uiterst moeilijk is, het niet betalen niet als verzuim mag worden aangemerkt. Dit is in lijn met het belang van toegang tot een onafhankelijke rechter, zoals verankerd in artikel 6 EVRM Pro en artikel 47 Handvest Pro.
De secretaris had de vreemdeling gewezen op de betalingstermijn, maar diens verzoek om vrijstelling werd gegrond verklaard. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt bevestigd en niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht wordt achterwege gelaten.