ECLI:NL:RVS:2013:BZ8383
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel ondanks onvoldoende motivering belangen minderjarige kinderen
Bij besluit van 8 juli 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdelingen ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering over de belangen van de minderjarige kinderen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de belangen van de kinderen wel waren betrokken en verwees naar het IVRK en Europese richtlijnen. De Afdeling oordeelde dat het besluit onvoldoende inzicht gaf in de belangenafweging ten aanzien van de kinderen, waardoor toetsing onmogelijk was en het besluit niet deugdelijk gemotiveerd was.
Desondanks bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de staatssecretaris in hoger beroep voldoende toelichting gaf over de procedurele waarborgen en het rekening houden met de belangen van kinderen in de asielprocedure.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen. De Afdeling benadrukte dat artikel 3 IVRK Pro directe werking heeft en dat bestuursorganen de belangen van kinderen bij besluiten moeten betrekken, maar dat de rechter terughoudend toetst of dit voldoende is gebeurd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning blijft rechtsgevolgen behouden, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.