ECLI:NL:RVS:2013:BZ9731
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en mandaatverlening bij hoger beroep tegen inbewaringstelling
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling van een vreemdeling op 19 december 2012 onrechtmatig achtte en de maatregel ophefte met schadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de senior procesvertegenwoordiger bevoegd was het hoger beroep in te stellen, ondanks discussie over de mandaatregeling.
De Afdeling stelt vast dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van de voorafgaande strafrechtelijke vrijheidsontneming te toetsen, en dat de rechtbank ten onrechte dit aspect heeft betrokken in haar oordeel. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
Vervolgens beoordeelt de Afdeling het besluit tot inbewaringstelling zelf en concludeert dat dit besluit rechtmatig is genomen, omdat op het moment van inbewaringstelling een terugkeerbesluit bestond en de gronden voor bewaring voldoende zijn toegelicht en niet zijn bestreden. De Afdeling verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het besluit ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.