ECLI:NL:RVS:2014:1199
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- T.G.M. Simons
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep inzake niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellanten geen belang zouden hebben bij een inhoudelijke beoordeling, aangezien de aanvraag inmiddels was ingewilligd.
Appellanten stelden dat het beroep wel ontvankelijk moest worden verklaard omdat zij belang hadden bij inzage in en toezending van documenten uit het dossier, met name het aanvraagformulier, om te kunnen vaststellen hoe de minister dergelijke aanvragen beoordeelt. Zij betoogden tevens dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de door de minister verbeurde dwangsommen vast te stellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verzoeken van appellanten niet als Wob-verzoeken konden worden aangemerkt en dat de rechtbank ten onrechte bevoegd was verklaard om kennis te nemen van het beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen.