ECLI:NL:RVS:2014:1340
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.W.L. Simons-Vinckx
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving omgevingsvergunning en dwangsom voor strijdige bewoning en schuur
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen heeft [appellant A] gelast om voorzieningen die de eerste verdieping van de berging geschikt maken voor bewoning te verwijderen en het gebruik als woning te staken, evenals de verwijdering van een niet-vergunde schuur. Deze besluiten zijn door het college gehandhaafd met dwangsommen en weigering van verlenging van de begunstigingstermijn.
De rechtbank heeft de beroepen van [appellanten] tegen deze besluiten ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogden zij onder meer dat er concreet zicht op legalisering zou bestaan vanwege een nieuw bestemmingsplan, dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden en dat de dwangsom onterecht is ingevorderd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat er geen concreet zicht op legalisering was omdat het ontwerpbestemmingsplan pas na het besluit ter inzage is gelegd.
Verder is geoordeeld dat het college terecht is opgetreden en dat de dwangsom terecht is ingevorderd omdat niet binnen de gestelde termijn aan de last is voldaan. Het beroep tegen het besluit tot weigering van verlenging van de begunstigingstermijn is ongegrond, maar het besluit op bezwaar tegen dit besluit is vernietigd omdat het college niet aan de rechtbank heeft doorverwezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de handhaving en weigert het beroep tegen de weigering verlenging begunstigingstermijn.