ECLI:NL:RBDHA:2024:3794
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. H. Smits
- M. D. Gunster
- P. T. Hebly
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete en dwangsom wegens onderbetaling minimumloon op sleepboten
Eiseres, een Filipijns bedrijf dat personele dienstverlening op schepen verzorgt, kreeg een bestuurlijke boete, last onder dwangsom en waarschuwing opgelegd wegens onderbetaling van negen Filipijnse werknemers op zes Nederlandse sleepboten. De Inspectie SZW constateerde dat de Wml was overtreden in de periode december 2015 tot mei 2016.
Eiseres voerde aan dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt, omdat zij slechts als 'agent' fungeerde en de arbeidsverplichtingen en gezagsverhouding bij de 'principal' lagen. Ook stelde zij dat de Wml niet van toepassing was en dat de boete onjuist was berekend en onevenredig was. Daarnaast stelde zij dat de procedure onzorgvuldig was verlopen en dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat Nederland als thuishaven van de sleepboten geldt en de Wml dus van toepassing is. Eiseres werd terecht als werkgever aangemerkt, omdat zij de bemanningsleden had geworven, loon betaalde en gezag uitoefende. De boete was conform beleid berekend en niet onevenredig. De overschrijding van de redelijke termijn leidde tot matiging van de boete met 30%. De waarschuwing en dwangsom waren eveneens terecht opgelegd. Het beroep werd deels gegrond verklaard vanwege de termijnoverschrijding, met matiging van de boete tot € 39.900,-. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 39.900,- wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige beroepen worden ongegrond verklaard.