ECLI:NL:RVS:2014:1891
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- J. Hoekstra
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen aanwijzing Polder Westzaan als speciale beschermingszone Natura 2000
Bij besluit van 23 mei 2013 wees de staatssecretaris het gebied Polder Westzaan aan als speciale beschermingszone op grond van de Habitatrichtlijn. Appellant en LTO Noord stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil op 19 februari 2014.
Appellant voerde aan dat zijn agrarisch bedrijf onevenredig wordt getroffen en dat de schade pas kan worden bepaald na vaststelling van een beheerplan. De Afdeling oordeelde dat het aanwijzingsbesluit uitsluitend ecologische overwegingen mag bevatten en dat de schadevergoedingsregeling van artikel 31 Nbw Pro 1998 buiten deze procedure valt. Ook was het niet vereist dat het beheerplan gelijktijdig met het aanwijzingsbesluit wordt vastgesteld.
Verder stelde appellant dat zijn percelen ten onrechte in het gebied waren opgenomen, omdat bepaalde habitattypen en soorten niet op zijn grond voorkomen. De staatssecretaris toonde aan dat het leefgebied van de noordse woelmuis zich ook over deze percelen uitstrekt en dat het prioritaire habitattype veenbossen hier niet voorkwam. De Afdeling vond de begrenzing redelijk.
LTO Noord betoogde dat het aanwijzingsbesluit geen onderscheid maakte tussen geselecteerde en niet-geselecteerde habitattypen en dat het standaardgegevensformulier (SDF) niet was aangepast aan recente gegevens. De Afdeling oordeelde dat de Habitatrichtlijn en het Uitvoeringsbesluit geen verplichting tot aanpassing van het SDF voorschrijven en dat de staatssecretaris het SDF tijdens het proces mocht actualiseren. Ook werden de doelstellingen voor het habitattype hoogveenbossen (H91D0) terecht opgenomen op basis van actuele gegevens.
Ten slotte wees de Afdeling het verzoek om prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn af en verwierp de kritiek op de rekenmodellen voor stikstofbelasting. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het aanwijzingsbesluit Polder Westzaan als speciale beschermingszone worden ongegrond verklaard.