ECLI:NL:RVS:2014:2728
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke handhaving en kostenverhaal bij lozing verontreinigd bluswater in oppervlaktewater
Na een brand op het terrein van Bavin B.V. is verontreinigd bluswater via een afvoerput van het naastgelegen bedrijf Calmag in een sloot geloosd. Het dagelijks bestuur van het waterschap Hunze en Aa's legde bestuursdwang op aan de curator van Bavin wegens overtreding van de Waterwet en besloot de kosten daarvan op de faillissementsboedel te verhalen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de curator ongegrond.
De curator voerde in hoger beroep aan dat artikel 6.2 van de Waterwet niet van toepassing zou zijn op zijn handelen, dat de verontreiniging niet was vastgesteld en dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt vanwege een retentierecht op het pand. Daarnaast betwistte hij het kostenverhaal op de boedel.
De Raad van State oordeelde dat het bluswater wel degelijk onder het verbod van artikel 6.2 valt, ongeacht dat het via de afvoerput van Calmag in de sloot kwam. De analyses bevestigden dat het bluswater met zink was verontreinigd. De curator kon als overtreder worden aangemerkt omdat de brandbestrijding en de lozing aan hem konden worden toegerekend, ongeacht het retentierecht. Het kostenverhaal op de boedel was rechtsgeldig omdat het het gevolg was van het handelen van de curator in zijn hoedanigheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de curator wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.