Uitspraak
200401581/1in dit kader overwogen dat de enkele aanwezigheid van harddrugs ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft tot sluiting van het horecabedrijf. Het is niet vereist dat daadwerkelijk harddrugs zijn verhandeld in het horecabedrijf. Door de enkele aanwezigheid van de genoemde harddrugs in het horecabedrijf was de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet reeds bevoegd om tot toepassing van bestuursdwang over te gaan. De omstandigheid dat, zoals door [appellante] is gesteld, de aangehouden persoon niet de intentie had de harddrugs in het horecabedrijf te verkopen, is dan ook niet van belang. Het betoog faalt.
200600100/1) dient ingevolge artikel 5:24, vierde lid, van de Awb in het besluit tot toepassing van bestuursdwang ten aanzien van de sluiting van een horeca-inrichting een termijn te worden gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging van het bevel, zijnde de daadwerkelijke sluiting van overheidswege, kan voorkomen door zelf tot sluiting over te gaan.