Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] ., te Emmen, eiser
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Op [medio 3] november 2019 heeft rapporteur [naam 6] , de nog ontbrekende C en M bestanden (in ddd extensie), via een usb stick, ten kantore van de onderneming opgehaald en ingelezen.”
Op [medio 4] november 2019 zijn tijdens de bedrijfsinspectie gegevens aangereikt. Na controle hiervan waren nog niet alle gegevens welke in de bijlage van de aanschrijfbrief stonden vermeld aangereikt. Deze zijn mondeling gevorderd en deze zijn specifiek per email opgevraagd op [medio 4] november 2019.
Geachte mevrouw [naam 6] ,
Op [medio 3] november 2019 heeft rapporteur [naam 6] , de nog ontbrekende C en M bestanden
De op [medio 4] en [medio 3] november 2019 ontvangen data van de bestuurderskaarten en voertuigen zijn door mij, rapporteur [naam 6] , geanalyseerd om de volledigheid en betrouwbaarheid te controleren. De bestanden werden door mij, rapporteur ingelezen in de controleapplicatie […] Dianta […].
De bestanden waren al klaar (zie mail van [naam 7] ) en heb ik nooit data uit Orditool gehaald. Ik heb ter plaatse aan de heer [naam 7] mijn usb stick gegeven en hij vroeg of ik mee wilde kijken hoe hij de bestanden op de usb stick moest krijgen omdat hij dit niet snapte. Ik heb alleen meegekeken en aanwijzingen gegeven hoe hij zijn bestanden (die reeds door [eiser] gecontroleerd waren) op een usb stick moest zetten. Het verwerken van deze gegevens zijn later door mij op kantoor gedaan en de onderneming gaf aan dat alles in orde was.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In dit arrest is geoordeeld dat een chauffeur die tijdens een wegcontrole niet in staat is de registratiebladen van de tachograaf voor de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen te overleggen, één enkele inbreuk begaat die tot één sanctie moet leiden. In het bestreden besluit staat echter dat aan [eiser] geen boete is opgelegd voor het niet overhandigen van C- en M-bestanden, maar voor het niet voeren van een deugdelijke registratie. Deze overtreding wordt per persoon en per dag beboet omdat van iedere chauffeur en van iedere dag de rij- en rusttijden moeten worden geregistreerd en daarop toezicht mogelijk moet zijn. Gelet op artikel 10:5, derde lid, van de Atw, geldt een overtreding van de Atw voor elke dag in de loop waarvan de overtreding is begaan. Het is vaste rechtspraak dat dit met zich brengt dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor elke dag in de loop waarvan een overtreding is begaan. [10]
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.