ECLI:NL:RVS:2014:3344
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na toepassing Dublinverordening
De staatssecretaris heeft op 22 mei 2013 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de Dublinverordening, met name de vraag of de vreemdeling rechten kan ontlenen aan artikel 7 in Pro het kader van een terugnameprocedure. Duitsland had op 26 maart 2013 het terugnameverzoek geaccepteerd, waarna de vreemdeling zich beroept op het criterium van artikel 7 dat Pro betrekking heeft op gezinshereniging.
De Raad van State verwijst uitgebreid naar het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Shamso Abdullahi en concludeert dat een asielzoeker in een terugnameprocedure geen beroep kan doen op de criteria uit hoofdstuk III van de Dublinverordening, waaronder artikel 7, tenzij sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren.
Omdat de vreemdeling geen dergelijke tekortkomingen heeft gesteld, is het beroep ongegrond en worden de eerdere uitspraken bevestigd met verbetering van de motivering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.