ECLI:NL:RVS:2014:4029
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 6 december 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrektermijn op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de veiligheidssituatie voor Tamils in Sri Lanka was verslechterd en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico liep, onder meer omdat hij niet had toegelicht hoe zijn litteken was ontstaan en waarom autoriteiten hem zouden willen detineren. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro hoefde uit te voeren en dat het inreisverbod terecht was opgelegd voor de maximale duur van twee jaar.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van het inreisverbod wordt bevestigd.