ECLI:NL:RVS:2014:4191
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen gematigd wegens verminderde verwijtbaarheid
De minister legde appellant een boete van €12.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant betwistte het werkgeverschap en stelde dat hij als katvanger werd gebruikt en vanwege een verstandelijke beperking niet in staat was de onderneming te exploiteren.
De rechtbank oordeelde dat appellant wel degelijk als werkgever kon worden aangemerkt en verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de boete gematigd moest worden vanwege de aard van de overtreding, zijn verminderde verwijtbaarheid en financiële omstandigheden.
De Raad van State bevestigde dat appellant als werkgever kan worden aangemerkt, ongeacht de arbeidsverhouding of actieve rol. De verklaringen van de inspecteur en het boeterapport werden als betrouwbaar beschouwd. Wel werd erkend dat appellant vanwege zijn verstandelijke beperking en gedragsproblemen verminderd verwijtbaar is, wat matiging van de boete rechtvaardigt.
De boete werd daarom gehalveerd tot €6.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de rechtsgevolgen van het eerdere besluit in stand liet en de boete niet matigde.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd van €12.000 naar €6.000 vanwege verminderde verwijtbaarheid van appellant.