ECLI:NL:RVS:2014:664
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens ondeugdelijke motivering door staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 25 juli 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrektermijn op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit van gelijke strekking is als eerdere besluiten en dat toetsing aan nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden alleen mogelijk is indien deze feiten authentiek zijn aangetoond. De vreemdeling had kopieën van een arrestatiebevel overgelegd, maar de authenticiteit daarvan was niet vastgesteld, waardoor geen nieuw feitenmateriaal was aangetoond.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 25 juli 2012 voor zover het de afwijzing van de verblijfsvergunning betreft ongegrond is. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor zover het het inreisverbod betreft, omdat de staatssecretaris niet had voldaan aan de motiveringsvereisten en de vreemdeling niet de mogelijkheid had gekregen individuele omstandigheden aan te voeren.
De Afdeling vernietigde het inreisverbod en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. Het beroep tegen het overige deel van het besluit werd afgewezen.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.