ECLI:NL:RVS:2016:130
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische situatie
De staatssecretaris wees op 17 december 2013 het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting uit te stellen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat geen medische noodsituatie zou ontstaan bij uitzetting. De vreemdeling stelde bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld en of de rechtbank terecht had geoordeeld dat het advies onvoldoende rekening hield met de medische situatie van de vreemdeling, waaronder haar afhankelijkheid van mantelzorg.
De Afdeling oordeelde dat het BMA en de behandelaar van de vreemdeling dezelfde medische gegevens gebruikten en dat verschillen in interpretatie niet betekenen dat het advies onzorgvuldig is. Het BMA-advies en de daarop volgende nota's waren voldoende gemotiveerd en inzichtelijk. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat het advies zorgvuldig was en dat de staatssecretaris dit terecht aan zijn besluit ten grondslag had gelegd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.