ECLI:NL:RVS:2016:1439
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over planschade door invoering noodzakelijkheidseis bedrijfswoning in bestemmingsplan Assendelft
Appellanten zijn eigenaren van een perceel met bedrijfswoning in Assendelft dat onder het oude bestemmingsplan was bestemd voor kleine bedrijven met wonen toegestaan. Het nieuwe bestemmingsplan voerde een noodzakelijkheidseis in voor bedrijfswoningen, waardoor de bedrijfswoning niet meer vrij bewoonbaar is en volgens appellanten planschade is ontstaan.
Het college kende een tegemoetkoming toe voor schade aan bedrijfsruimte, maar wees schade door de noodzakelijkheidseis af op advies van de SAOZ. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de SAOZ-adviezen juist waren. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat geen planologisch nadeel is ontstaan, omdat onder het oude bestemmingsplan geen noodzakelijkheidseis gold. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat appellanten geen schade lijden door de invoering van de eis. De SAOZ-adviezen zijn onvoldoende onderbouwd en de taxatie ontbreekt. Verder is het college tekortgeschoten in de motivering dat de schade binnen het normale maatschappelijke risico valt.
De Afdeling draagt het college op binnen 12 weken de gebreken in het besluit te herstellen door een nieuwe, goed gemotiveerde beslissing te nemen, onder meer op basis van een taxatie van de waarde van het perceel voor en na de invoering van de noodzakelijkheidseis. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen 12 weken het besluit over de tegemoetkoming in planschade te herstellen en opnieuw te motiveren op basis van een taxatie.