ECLI:NL:RVS:2017:2598
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning van planschadevergoeding wegens invoering noodzakelijkheidseis in bestemmingsplan Centrum Assendelft
De zaak betreft een hoger beroep van appellanten tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad inzake een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de invoering van een noodzakelijkheidseis in het bestemmingsplan Centrum Assendelft. Deze eis beperkt het gebruik van een bedrijfswoning, wat volgens appellanten schade veroorzaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de omvang van de schade en het normaal maatschappelijk risico. Het college overhandigde een nadere motivering met taxaties van Vogel Makelaardij en Leenstra Taxaties, die substantieel van elkaar verschilden. De Afdeling concludeerde dat de taxatie van Vogel onvoldoende was en stelde ex aequo et bono de schade vast op €25.000,00.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de invoering van de noodzakelijkheidseis binnen de lijn van de verwachtingen lag, zodat geen drempel wegens normaal maatschappelijk risico toegepast wordt. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedureduur binnen de redelijke termijn bleef.
De Afdeling vernietigde het besluit van 26 juni 2014 en herroept het besluit van 11 november 2013, stelt de tegemoetkoming vast op €27.000,00 met rente, en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op €27.000,00 inclusief wettelijke rente, het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen, en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.