ECLI:NL:RVS:2016:1670
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep van [appellant] tegen een boete van €6.000,00 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit vernietigd.
De kern van het geschil betreft de rechtmatigheid van het boeterapport en het proces-verbaal dat is opgesteld door een wijkagent na constatering dat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte in de marktkraam van appellant. Appellant voerde aan dat de verklaringen van getuigen niet aan de vereisten voldeden en dat het proces-verbaal onvolledig was, maar de Raad oordeelde dat het proces-verbaal en de verklaringen voldoende betrouwbaar en gedetailleerd waren.
Verder stelde appellant dat de boete onevenredig was vanwege zijn financiële situatie. Hoewel hij financiële gegevens had overgelegd, waren deze onvoldoende om aan te tonen dat hij de boete niet kon betalen. De Raad stelde daarom vast dat matiging van de boete niet gerechtvaardigd was.
De Raad vernietigde het besluit van de minister en stelde de boete vast op €4.000,00, conform de gewijzigde beleidsregel. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €4.000,00 en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.