ECLI:NL:RBDHA:2016:7512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €6.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, vastgesteld op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en intrekking van het eerste besluit, werd de boete in een nieuwe beslissing gematigd tot €1.000.
De rechtbank oordeelt dat eiser de vreemdeling structureel werkzaamheden heeft laten verrichten ten behoeve van zijn marktkraam, ondanks zijn stelling dat de werkzaamheden marginaal waren en zonder opdracht. De verklaringen van de wijkagent en marktmeester worden als betrouwbaar beschouwd en ondersteunen het boeterapport.
De rechtbank benadrukt dat het begrip 'werkgever' in de Wav ruim is en dat ook het verrichten van hand- en spandiensten als arbeid wordt aangemerkt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij alles heeft gedaan om de overtreding te voorkomen, waardoor geen reden is tot matiging van de boete buiten de reeds toegepaste verlaging.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €1.000. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €1.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.