ECLI:NL:RVS:2016:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 4 februari 2016 in vreemdelingenbewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de maatregel van 4 februari 2016 als een vervolgberoep op de eerdere maatregel van 19 januari 2016 had aangemerkt. Het hoger beroep tegen de maatregel van 4 februari 2016 moest als een eerste beroep worden beschouwd. Daarnaast was de rechtbank onjuist in haar beoordeling door een prejudiciële vraag toe te passen die niet relevant was voor de maatregel van 4 februari 2016.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de maatregel van 4 februari 2016 alsnog ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de maatregel van 4 februari 2016 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.