ECLI:NL:RVS:2016:2555
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek doorhaling monumentenstatus woning ondanks financiële bezwaren eigenaar
De eigenaar van een woning die sinds 2001 als beschermd monument is aangewezen, verzocht de minister om doorhaling van de inschrijving in het monumentenregister vanwege financiële problemen en belemmeringen bij verkoop en gebruik. De minister wees dit verzoek af omdat de monumentale waarden van de woning nog steeds aanwezig waren. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het aanwijzingsbesluit rechtens onaantastbaar is geworden en dat het verzoek om doorhaling discretionair is. De minister had voldoende onderzoek gedaan, inclusief recente foto’s en adviezen van betrokken instanties, en mocht concluderen dat de monumentale waarden ondanks achterstallig onderhoud aanwezig zijn. De belangenafweging tussen het algemeen belang bij behoud en het belang van de eigenaar bij beëindiging van de status was zorgvuldig gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de financiële situatie van de eigenaar onvoldoende is aangetoond als direct gevolg van de monumentenstatus. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de woning onverkoopbaar is vanwege de status. De inbreuk op het eigendomsrecht is proportioneel en het verzoek om schadevergoeding werd terecht afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot doorhaling van de monumentenstatus bevestigd.