ECLI:NL:RVS:2017:1942
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake strafbeschikking
Op 19 maart 2015 diende [wederpartij] via een gemachtigde een Wob-verzoek in bij de minister van Veiligheid en Justitie om documenten met betrekking tot een strafbeschikking wegens een verkeersovertreding te verkrijgen. De minister weigerde op 16 juni 2015 de gevraagde informatie te verstrekken, stellende dat de Wob niet van toepassing was maar artikel 365 Sv Pro.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze weigering gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard, omdat sprake was van misbruik van recht door de gemachtigde van [wederpartij]. Deze had het Wob-verzoek en het daarop volgende beroep gebruikt om de besluitvorming te compliceren en vertragen, met als doel het incasseren van dwangsommen en proceskosten.
De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie en de artikelen 3 Wob en 13 en 15 Boek 3 BW, die misbruik van bevoegdheid verbieden. Gezien de ruime ervaring van de gemachtigde met dergelijke procedures en het vaag geformuleerde verzoek, concludeerde de Afdeling dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 16 juni 2015 niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 juni 2015 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.