ECLI:NL:RVS:2017:1680
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
De minister van Veiligheid en Justitie weigerde op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie openbaar te maken naar aanleiding van verzoeken van appellant A en appellant B. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde de beroepen van appellant A en B gegrond en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moest nemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of sprake was van misbruik van recht door appellant A, appellant B en hun vertegenwoordiger. Uit eerdere uitspraken bleek dat de gemachtigde vaak zeer algemene machtigingen gebruikte en procedures voerde met het doel de besluitvorming te compliceren en vertragen, onder meer om dwangsommen en proceskosten te incasseren.
De Afdeling concludeerde dat de Wob-verzoeken en de daarop volgende beroepen zijn ingediend met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is gegeven, namelijk het belemmeren van het bestuursproces. Dit is misbruik van recht in de zin van artikel 13 BW Pro, gelezen in verbinding met artikel 15 BW Pro. Daarom verklaarde de Afdeling de beroepen niet-ontvankelijk en vernietigde de eerdere uitspraak en de daarop gebaseerde besluiten van de minister.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Slump en leden Bijloos en Van Heijningen op 28 juni 2017.
Uitkomst: De beroepen van appellant A en appellant B worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.