ECLI:NL:RVS:2016:3340
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen artikel 15
Het doelvermogen schakelde een klussenbedrijf in dat vier Bulgaarse vreemdelingen tewerkstelde zonder vooraf hun identiteit vast te stellen en zonder afschrift van hun identiteitsdocumenten te bewaren. De minister legde hiervoor een boete van €9.000,- op wegens overtreding van artikel 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de boete vast op €6.000,-.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, betoogde dat de verhoging van het boetenormbedrag voor overtredingen van artikel 15 Wav Pro terecht was vanwege een strengere aanpak van fraude. De Raad van State oordeelde echter dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de verhoging van het boetenormbedrag met 50% voor administratieve overtredingen als artikel 15 gerechtvaardigd Pro is, in tegenstelling tot overtredingen gericht op illegale tewerkstelling.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het oude boetenormbedrag van €1.500,- passend is voor het doelvermogen als rechtspersoon. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1.500,- wegens overtreding van artikel 15 Wav en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.