ECLI:NL:RVS:2016:3343
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste toepassing betalingsonmacht griffierecht
De staatssecretaris wees een aanvraag om een verklaring omtrent gedrag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet betalen van het griffierecht, nadat het beroep op betalingsonmacht was afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens vaste rechtspraak een natuurlijke persoon met een netto-inkomen onder 90% van de bijstandsnorm en zonder vermogen niet in verzuim is bij niet-betaling van griffierecht. De appellant ontving een uitkering onder de kostendelersnorm en had geen vermogen om het griffierecht te voldoen.
De rechtbank had het beroep op betalingsonmacht ten onrechte afgewezen, omdat het inkomen van appellant lager was dan de norm die de Centrale Raad van Beroep hanteert. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Er werden geen proceskosten toegekend en de griffier liet weten voorlopig af te zien van het heffen van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 december 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van betalingsonmacht.