ECLI:NL:RVS:2016:887
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens taalanalyse en bewijswaardering
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in.
De Raad van State beoordeelde de taalanalyses die ter onderbouwing van de herkomst van de vreemdeling waren overgelegd. De analyse van het Bureau Land en Taal (BLT) concludeerde dat de vreemdeling tot de spraakgemeenschap binnen Rwanda behoort, terwijl de door de vreemdeling overgelegde contra-analyse van de Taalstudio stelde dat zij tot de DRC behoort. De Raad oordeelde dat de contra-analyse onvoldoende concludent en zorgvuldig was om de analyse van het BLT te weerleggen.
Verder oordeelde de Raad dat de staatssecretaris terecht geen waarde hechtte aan een kiezerspas die door de vreemdeling was overgelegd, ondanks dat deze als authentiek werd beoordeeld, omdat de vreemdeling haar verklaringen over de pas niet aannemelijk had gemaakt en nader onderzoek niet verplicht was.
De Raad verwierp ook het beroep van de vreemdeling dat haar asielaanvraag op medische gronden (HIV-infectie) ingewilligd had moeten worden, omdat geen bewijs was geleverd dat haar medische toestand een direct levensbedreigend stadium had bereikt.
De Raad verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de aanvraag asiel wordt afgewezen.