ECLI:NL:RVS:2013:29
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen voor Tsjechische bemanning
De minister legde aan [appellante] een boete van € 40.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Tsjechische vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning aan boord van een schip in Nederlandse binnenwateren. De rechtbank had deze boete verminderd tot € 37.500. [Appellante] ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat op de datum van de overtreding (10 februari 2007) een tewerkstellingsvergunning vereist was voor Tsjechische werknemers, en dat de Nederlandse arbeidswetgeving van toepassing was omdat het schip in Nederland was geregistreerd en zich in Nederlandse wateren bevond. De Raad verwierp de stelling dat de vreemdelingen geen arbeid hadden verricht en dat de Nederlandse arbeidsmarkt niet in het geding was.
Verder oordeelde de Raad dat de minister niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht omtrent de nationaliteit van de vreemdelingen, en dat de functiescheiding tussen toezichthouder en boeteoplegger niet was geschonden. Wel vond de Raad dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid, mede omdat [appellante] pas na de controle contact had gezocht met de CWI. Daarom matigde de Raad de boete met 50%. Daarnaast werd een vermindering van 10% toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en stelt de boete vast op € 18.000. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot € 18.000 en het eerdere besluit vernietigd.