ECLI:NL:RVS:2017:1320
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft wegens medische behandeling in Georgië
De vreemdeling, Georgisch staatsburger, verzocht om uitzetting achterwege te laten op grond van zijn gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit af, waarna de vreemdeling bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies onvoldoende concreet was over de effectiviteit van behandeling in Georgië en gaf de staatssecretaris gelegenheid dit te herstellen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze tussenuitspraak en de vernietiging van het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies van 11 juli 2013 zorgvuldig was en dat het BMA zich terecht niet uitliet over subjectieve gevoelens van onveiligheid, omdat deze medisch niet objectiveerbaar zijn. De deskundige concludeerde dat behandeling in Georgië mogelijk is, hoewel herstel kan stagneren en terugval kan optreden.
De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De Afdeling benadrukte dat het BMA-advies voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en inzichtelijkheid en dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag blijft in stand.