ECLI:NL:RVS:2017:1444
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- J. Kramer
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens niet tijdig voldoen aan last bouwactiviteiten
Het algemeen bestuur heeft op 12 maart 2015 besloten tot invordering van een dwangsom van €180.000 omdat appellant niet tijdig aan een last tot uitvoering van werkzaamheden had voldaan. Appellant erkent het niet tijdig voldoen, maar betwist dat invordering rechtmatig is vanwege bijzondere omstandigheden en het punitieve karakter van de dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom in rechte onaantastbaar is omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen dat besluit. De Afdeling bevestigt dit oordeel en benadrukt dat slechts in uitzonderlijke gevallen van deze rechtskracht kan worden afgeweken, wat hier niet aan de orde is.
Appellant voerde verder aan dat verzoeken tot opschorting of verlenging van de begunstigingstermijn onjuist zijn beoordeeld, maar de Afdeling concludeert dat dergelijke verzoeken niet tijdig en duidelijk zijn gedaan. Ook het betoog dat bijzondere omstandigheden, zoals financiële onmacht en medewerking van huurders, tot gedeeltelijk afzien van invordering hadden moeten leiden, faalt omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het algemeen bestuur onredelijk heeft gehandeld.
De Afdeling overweegt dat de dwangsom een reparatoire sanctie is en niet punitief, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. Gezien de feiten en omstandigheden is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.