ECLI:NL:RVS:2017:1564
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over nihilstelling kinderopvangtoeslag 2011
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen op nihil. De rechtbank had het besluit op bezwaar vernietigd wegens gebrek aan motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten op basis van een nadere motivering in het verweerschrift.
In hoger beroep is onderzocht of de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten. De appellant voerde aan dat de Belastingdienst niet bevoegd was om na het verstrijken van de termijnen de toeslag vast te stellen, dat bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) subsidieregeling van toepassing zijn, dat de Belastingdienst vooraf een onderzoeksplicht had en dat de eis dat de uurprijs in de overeenkomst vermeld moet zijn onterecht is.
De Afdeling verwierp deze bezwaren. De bevoegdheid van de Belastingdienst om binnen vijf jaar na het toeslagjaar vast te stellen werd bevestigd. De Awb-subsidiebepalingen zijn niet van toepassing op deze inkomensafhankelijke regeling. De voorgestelde onderzoeksplicht vooraf is niet af te leiden uit de wetsgeschiedenis. Ten slotte is vastgesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle kosten voor de kinderopvang heeft betaald, waardoor het betoog over de overeenkomst niet aan de orde komt.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.