ECLI:NL:RVS:2017:1838
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid aanwijzing Georgië als veilig land van herkomst met uitzondering regio's
De staatssecretaris wees Georgië aan als veilig land van herkomst met uitzondering van de regio's Abchazië en Zuid-Ossetië, vanwege het ontbreken van effectieve centrale controle daar. De rechtbank verklaarde deze aanwijzing onverbindend en vernietigde het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het mogelijk is een land als veilig land van herkomst aan te wijzen met een uitzondering voor delen van het grondgebied die de facto buiten centrale controle vallen, mits er duidelijke geografische scheidslijnen bestaan. De Afdeling sluit aan bij eerdere jurisprudentie en concludeert dat de huidige Procedurerichtlijn dit niet verbiedt.
De staatssecretaris heeft de aanwijzing van Georgië zorgvuldig gemotiveerd aan de hand van wet- en regelgeving, internationale verdragen en rapporten over de feitelijke situatie, waaruit blijkt dat Georgië in het algemeen bescherming biedt tegen vervolging en onmenselijke behandeling. De rechtbank heeft ten onrechte de aanwijzing onverbindend verklaard.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven grotendeels in stand, behalve de verkorting van de vertrektermijn en het inreisverbod.
Uitkomst: De aanwijzing van Georgië als veilig land van herkomst met uitzondering van Abchazië en Zuid-Ossetië is rechtmatig; het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.