ECLI:NL:RVS:2017:2332
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- H.G. Sevenster
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor bouw windturbines in Amsterdamse havengebied bevestigd
Het Havenbedrijf Amsterdam, de gemeente Amsterdam en het college van burgemeester en wethouders hebben beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland om de omgevingsvergunning voor het bouwen van twee windturbines in het Amsterdamse havengebied te weigeren. De weigering was gebaseerd op het niet voldoen aan voorwaarden uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) 2016, waaronder het saneren van twee bestaande windturbines, het plaatsen van windturbines in een lijnopstelling van minimaal zes turbines en het aanhouden van een minimale afstand van 600 meter tot gevoelige bestemmingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de gemeente en het college belanghebbenden zijn bij het besluit. De provinciale regeling is niet in strijd met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen, waaronder het beginsel van lokale autonomie, de Onteigeningswet, de planschaderegeling, de Elektriciteitswet 1998, en Europese richtlijnen. De saneringseis en de voorwaarden in de uitvoeringsregeling zijn geoorloofd en passend binnen het provinciale belang bij ruimtelijke kwaliteit en duurzame energie.
De Afdeling wijst verder het betoog af dat de afstandseis van 600 meter niet van toepassing zou zijn, en bevestigt dat de woningen nabij de turbines als gevoelige bestemmingen gelden. Ook wordt geoordeeld dat de lijnopstellingseis terecht is toegepast, waarbij de bestaande rijen windturbines niet als één samengestelde lijn met knik kunnen worden aangemerkt. De beroepen worden ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor twee windturbines wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.