ECLI:NL:RVS:2017:3059
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vreemdelingenbewaring wegens onjuiste wettelijke grondslag
De vreemdeling werd op 18 juli 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat een eerdere maatregel van 29 juni 2017 wegens een gebrek was opgeheven. De rechtbank had de bewaring van 18 juli 2017 opgeheven en de vreemdeling een schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de maatregel van 18 juli 2017 een nieuwe maatregel is en niet kan worden beoordeeld als voortzetting van de eerdere maatregel. Het eerdere gebrek aan de maatregel van 29 juni 2017 mocht niet worden meegewogen bij de belangenafweging van de nieuwe maatregel. Daarnaast stelde de vreemdeling dat hij sinds 26 juli 2017 rechtmatig verblijf had verkregen, waardoor de bewaring op een onjuiste wettelijke grondslag berustte.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de bewaring sinds 28 juli 2017 onrechtmatig was. De maatregel was inmiddels opgeheven, maar de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van 28 juli tot 1 augustus 2017. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling toegekend een vergoeding wegens onrechtmatige bewaring.