ECLI:NL:RVS:2017:3140
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaalde kosten
Appellant maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag voor de jaren 2013 en 2014, waarbij zij voorschotten ontving. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze toeslagen en stelde ze op nihil vast, met terugvordering van respectievelijk €7.786,00 en €6.002,00. Appellant voerde aan dat zij de kosten had betaald, onderbouwd met bankafschriften en urenregistraties.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldoende had aangetoond dat zij de volledige kosten had betaald en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad van State dit oordeel. De contante betalingen werden buiten beschouwing gelaten vanwege de kassiersfunctie die vereist dat betalingen giraal plaatsvinden. Daarnaast was er onduidelijkheid over het aantal uren en het gehanteerde uurtarief.
De Raad van State benadrukte dat de ontvanger van kinderopvangtoeslag een deugdelijke administratie moet bijhouden en bewijs moet leveren van de daadwerkelijke betaling van de kosten. Omdat appellant dit niet kon aantonen, werd de terugvordering bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 is bevestigd wegens onvoldoende bewijs van betaling.