ECLI:NL:RVS:2017:3205
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.A.C. Slump
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte aan bestemming bewoning door toeristische verhuur
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant sub 2A en appellant sub 2B elk een bestuurlijke boete van € 12.000 op wegens het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door verhuur aan toeristen zonder vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2A ongegrond en dat van appellant sub 2B gegrond, matigde de boete voor appellant sub 2B tot € 3.000.
Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, terwijl appellant sub 2A en appellant sub 2B incidenteel hoger beroep instelden. Het hoger beroep van appellant sub 2A werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2B en het hoger beroep van het college werden ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het onttrekken van de woonruimte aan de bestemming tot bewoning door verhuur aan toeristen zonder vergunning verboden was. Appellant sub 2B werd als medepleger aangemerkt vanwege haar rol als contactpersoon en het overhandigen van de sleutels aan toeristen. De rechtbank had de boete voor haar gematigd vanwege haar beperkte rol en het ontbreken van financieel voordeel.
Het college kon zich niet verenigen met de matiging, maar de Afdeling volgde de rechtbank en bevestigde de boete van € 3.000 voor appellant sub 2B. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 495 en het griffierecht van € 503 werd geheven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 2A is niet-ontvankelijk, het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2B zijn ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.