ECLI:NL:RVS:2018:3220
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onttrekking woonruimte aan bestemming bewoning zonder vergunning in Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een boete van €13.500,- opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming bewoning zonder vergunning. De woning werd incidenteel via Airbnb aan toeristen verhuurd, wat volgens het college een overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014 oplevert.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat de aanwijzing van alle woonruimte in Amsterdam, inclusief het duurdere segment, als woonruimtevoorraad gerechtvaardigd is vanwege de schaarste aan woningen en de noodzaak de leefbaarheid te beschermen.
Appellant voerde aan dat de vergunningplicht in strijd is met het eigendomsrecht en dat zijn woning kwalificeert als tweede woning, vrijgesteld van vergunningplicht. De Afdeling verwerpt deze argumenten en bevestigt dat de woning niet als tweede woning kan worden aangemerkt omdat deze aan toeristen werd verhuurd. Ook het betoog dat het college zijn bevoegdheid heeft misbruikt wordt verworpen.
Ten slotte is het beroep op disproportionaliteit van de boete niet geslaagd, omdat de boete wettelijk is vastgesteld en appellant geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De boete van €13.500,- wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming bewoning wordt bevestigd.