ECLI:NL:RVS:2017:3445
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G. Snijders
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijke afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit CBR alcoholslotprogramma
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2016, waarin zijn verzoek om schadevergoeding wegens een onrechtmatig besluit van het CBR gedeeltelijk werd toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Het CBR had het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard en hem verplicht deel te nemen aan een alcoholslotprogramma, wat later onrechtmatig werd verklaard.
Appellant vorderde vergoeding voor het opnieuw inbouwen van een alcoholslot na diefstal, kosten voor uitlezingen, inschrijving voor een cursus, rechtsbijstand en immateriële schade. De rechtbank kende alleen vergoeding toe voor de niet-vergoede uitleeskosten.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het bedrag voor het opnieuw inbouwen van het alcoholslot heeft afgewezen. De Afdeling stelt dat het niet verzekeren van het alcoholslot appellant niet kan worden tegengeworpen als reden om de vergoeding te weigeren. De Afdeling wijst dit bedrag alsnog toe inclusief wettelijke rente.
Voor het gevorderde bedrag aan immateriële schade wijst de Afdeling de vergoeding af, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn persoon zodanig is aangetast dat vergoeding gerechtvaardigd is. De rest van het vonnis blijft in stand.
Tot slot veroordeelt de Afdeling het CBR tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.546,00 voor het opnieuw inbouwen van het alcoholslot, vermeerderd met wettelijke rente, en proceskosten.